Geschiedenis

De ontdekking van de grijsvleugelfactor wordt in de lage landen toegeschreven aan de heer Chr. Ackermans uit Roosendaal, die in 1964 uit pastellen in de zwartserie jongen kreeg die een afwijkend pigmentpatroon lieten zien in de vleugel- en staartpennen .

De vogels hadden een pigmentatie die qua sterkte en uiterlijk erg verschillen t.o.v de ouder vogels. Toen de eerste grijsvleugels op tentoonstellingen werden ingezonden, was er wel sprake van een tekeningspatroon in de pennen, maar van een hamerslagtekening op de schouderdekveren in de rugdekjes zoals we die tegenwoordig kennen was nog geen sprake.

Het heeft erg lang geduurd om vogels te fokken waarbij een goede grijsvleugeltekening zichtbaar is. Tot nu toe is het nog niet gelukt om werkelijk constant verervende tekeningvogels te kweken. De hedendaagse liefhebbers van Grijsvleugels trachten om deze melaninetekening onverwijld door middel van selectieve kweek vast te leggen. Het is niet alleen interessant om een stam grijsvleugels te fokken met een specifiek pigmentfiguur, het is tevens een aanwinst voor het gehele kleurenscala. De serieuze liefhebber, die van doorzetten weet, aan hun de taak om dit waar te maken.

Onderstaande foto’s laten grijsvleugels zien hoe ze er in de jaren na het ontstaan in 1964 uit zagen.

Bij beide vogels is de grijsvleugeltekening in de pennen al goed te zien, maar ontbreekt de hamerslagtekening in het rugdek en in de vleugeldekveren.